Sop

imm032_34a-copy

Het water van de fjord is noordzeebruin door al het zand dat er de laatste paar dagen is ingespoeld. De pestvogels die hier vorige week nog in de bomen zaten, zijn vertrokken. Alleen de kraaien, meeuwen, aanscholvers en eksters blijven hier. En in de jachthaven overwintert een kolonie eiders, een soort zee-eend, waarvan de wijfjes kwaken als een motorboot.

Vandaag is een mooie dag, de heuvels rond de zee verdwijnen geregeld in wat sneeuwbuien moeten zijn. Het licht is zacht en roze. De wind is gaan liggen en het voelt warmer dan daarnet. Morgen gaat het opnieuw regenen, dan is het opnieuw een dag die geen dag wordt.

 


Skogn reprise

Ik heb de weg opgezocht en zit aan de zee, te eten, bier te drinken en na te denken. Ik bereid een ruzie voor die er waarschijnlijk niet komt. Ik drink snel, om de alcohol te voelen.

Achter mij rijden autos van en naar de supermarkt. Het ruikt hier naar zeewier, een vrouw met een hond doet alsof ze me niet ziet.

In België zou ik de andere kant zijn opgefietst, het bos in. Hier in Skogn niet, hier zoek ik naar beweging, activiteit. Naar neutrale grond.

20161030_0681


Gedinne

2016-03-09-0012

2016-02-06-0005 copy

2016-02-06-0006 copy

Three pictures taken near Gedinne and the Franco-Belgian border, last november.


Skogn

2016-03-09-0005

2016-03-09-0006

2016-03-09-0009

Three pictures I took in and near Skogn, Norway between Christmas and New Year’s Day 2016.


Vanoise

Ik zit in de TGV van Parijs naar Milaan, Modane is mijn halte. Het is vier uur rijden door een leeg landschap van koren en beboste heuveltoppen. Deze reis naar de Alpen is bijna routine. Het contrast is groot met die eerste keer dat ik naar het Parc des Ecrins ging, om daar op m’n eentje te gaan rondtrekken. Toen was alles nog een groot avontuur, nu niet meer.

Is het omdat herinneringen bijna altijd rooskleuriger zijn dan de realiteit toen? Leuke dingen onthoud je beter dan onaangename gebeurtenissen. Is het daardoor dat oude reizen die gloed van avontuur hebben, waar je steeds opnieuw naar op zoek gaat, maar die je altijd pas achteraf lijkt te vinden?

Ik heb kaarten, een kleine rugzak, vijf en een halve dag en weinig concrete plannen. Geen strikte schema’s, geen zelfgecreëerde verwachtingen, geen internetforum waar ik eigenlijk aan moet rapporteren.

Ik houd van deze treinreis, die overgang tussen Parijs de miljoenenstad en het platteland eromheen, het station, de lange tunnel, duisternis, velden. Over een paar uur die hele lange bocht, het binnenrijden van de Rhône vallei, Lyon voor me, links in de verte de eerste echte bergen.

IMG_3481 +

IMG_3487 +

IMG_3503 +

IMG_3519 +

IMG_3526 +

IMG_3548 +

IMG_3553 +

IMG_3564 +

IMG_3576 +

IMG_3630 +

IMG_3667 +

IMG_3748 +

IMG_3767 +

IMG_3775 b+

IMG_3783 +

IMG_3791 +

IMG_3809 +

IMG_3824 +

IMG_3854 +


Sky

2016-01-15-0005 copy


Are you kind people? Dag 16: til Oslo!

Donderdag, 23 augustus. De lucht betrok ‘s ochtends vroeg al, de zomer leek afgelopen. Niet alleen dat, we sliepen al tien dagen in dezelfde ruimte als onze gastheren, onze eigenaardigheden begonnen hun daarom op de zenuwen te werken en vice versa. We vertrokken om half 9 en begonnen te liften aan een bushalte die uitgaf op de E6 autostrade.

Links en rechts van de weg mengde Scandinavisch rood zich met de kleur van beton en schreeuwerige reclame voor hotdogs en bouwmarkten. Het liften ging niet best want de meeste wagens reden te snel om medelijden te krijgen, negeerden ons of moesten er de volgende afrit al af.

Eurotrip 2012 215

Liften langs de E6 in Trondheim © Bruno Morez

Na een klein uur proberen dropen we af, naar een oprit een paar 100 meter verder. Er kwamen minder wagens langs maar de respons was meteen een stuk beter, en na een halfuur kregen we een lift van een ingeweken Serviër die ons naar een tankstation in Ekra bracht.

Het lag een eindje van de snelweg vandaan, maar er stonden verschillende buitenlandse auto’s geparkeerd. Ik sprak een Duitser aan die uit zijn grote SUV met caravan stapte. Die antwoordde nerveus dat hij de andere kant uit moest. Ik keerde terug naar de uitrit waar Hanne zat te wachten en stuurde haar op pad. De zachte vrouwelijke aanpak werkt beter, is minder intimiderend. Net toen ik een plak kaas tussen mijn boterhammen balanceerde, stopte er een grote jeep met een paardentrailer erachteraan. De bestuurder was een atletische blonde veertiger met lang haar die ons tot in Berkåk wilde brengen. Naast hem zat zijn 12-jarige dochter.

De uitlopers van de stad verdwenen terwijl de wagen aan de klim richting Dovrefjell begon. Het landschap werd opnieuw donkergroen en ruig, heuvels werden opnieuw bergen en de eerste zware regendruppels spatten op de voorruit. De dochter had schrik voor ons, het praatje met haar vader volgde het standaardpatroon.

Eenmaal in Berkåk schuilden we onder het afdak van de toeristische dienst, tegen de zin van de vrouw achter de balie binnen die ons lelijk aankeek. Het was ook een slechte liftplek, er was amper plaats om te stoppen. Tweehonderd meter verder was er aan de andere kant van de weg een tankstation dat er beter uitzag. Net ernaast stond een houten bord met daarop in gigantische letters TRUCKFUEL geschilderd. Het regende gelijkmatig en schijnbaar eindeloos, zoals toen we hier meer dan twee weken geleden aankwamen uit de andere richting. De regen en de laaghangende wolken kleurden alles grijs: de bossen, de kiezels naast de weg, het rode dekzeil van een voorbijrijdende vrachtwagen.

Eurotrip 2012 216 +

Een uitgeregend en verlaten Berkåk © Bruno Morez

We legden onze bagage voor het winkeltje en Hanne ging op jacht naar een vrachtwagen. De meesten reden jammer genoeg de andere kant op. Werkte ons bordje met Oslo erop ook niet intimiderend? Het was tenslotte nog 6 uur rijden en het was al bijna 3 uur ‘s middags.

We zaten op onze rugzakken toen er een zwarte Volvo stopte om te tanken. Terwijl de chauffeur naar het winkeltje ging, stapte ik op hem af, vroeg hem of hij naar Oslo ging en of we meekonden. Het was een riskante aanpak maar we moesten hier dringend weg,

Hij was te zwaar beladen zei hij zenuwachtig, wijzend op z’n aanhangwagen die vol lag met planken. En hij had nog nooit lifters meegenomen, voegde hij eraan toe. Mentaal schoot hij zichtbaar alle kanten op maar nee was nee. Teleurgesteld gingen we terug zitten. Een minuut later kwam hij terug, hij had zich bedacht en wilde het proberen. Maar, vroeg hij zich af, “are you kind people?”.

We waren nog maar net onderweg toen hij onzeker en bedeesd opmerkte “dat hij ons eruit zet als het niet goed gaat”. Wat hij wou zeggen kwam niet overeen met de manier waarop hij het zei, waardoor het dreigement tussen de plooien van het gesprek viel. We gingen er verder niet op in en hij ook niet.

Ik probeerde in een mengelmoes van Noors en Zweeds de gespannen sfeer wat te breken, en al snel belandden we bij de gelijkenissen tussen Nederlands en zijn taal. Het gevolg was dat hij dacht dat wij Noors verstonden en omdat hij amper Engels kon, was het gesprek vooral eenrichtingsverkeer. Ik hoopte ondertussen heel hard dat de planken niet gingen vliegen. Iets zei me dat dat het einde van de lift zou betekenen.

De dorpjes die we voorbij kwamen, waren dat vooral uit administratieve noodzaak, het maakt het gemakkelijker voor de post en de belastingen. Het zijn plekken die het goed doen in roadmovies en een soort existentiële leegte uitstralen. Leegte is waarom veel jongeren van hier naar de stad trekken en er ook blijven, of nihilistische muziek beginnen spelen, uit pure verveling, opgesloten tussen de de heuvels en de grauwe hemel die naar beneden is gekomen.

Onze man was trouwens op weg naar zijn vriendin die even ten zuiden van de hoofdstad woonde. Al dat hout op de aanhangwagen was ooit een tuinhuis geweest en moest dat opnieuw gaan worden.

Om 9 u ‘s avonds waren we in Oslo. De chauffeur wilde ons naar de beste (en duurste) camping van de stad rijden en 50 euro geven voor de nacht. Dat wezen we af, liften en geld gaan niet samen.

Twee uur, verschillende metro’s en een aardedonker voetpad vol platte naaktslakken later, kropen we over het hek van de camping.- waar ergens, hoelaat- De ingang waren we voorbijgelopen – dachten we. Het was donker, het miezelde en toen de tent eindelijk recht stond, was alles kletsnat.

‘s Ochtends verhuisden we onze tent hogerop naar een minder drassige plek. Naast ons stonden drie dikke Spanjaarden die een piepklein tentje deelden, een vreemde situatie.

Oslo voelde na 4 weken reizen heel vertrouwd aan: een rommelig stratenplan, uitlaatgassen, keelklanken en louche mannen met halve liters die je grijnzend aankijken. We waren hier net thuis, maar wilden we dat wel?